Levering en toediening van TNF-alfaremmers verandert

10 december 2011 - De minister van Volksgezondheid heeft de bekostiging van de TNF-alfaremmers - voor de behandeling van o.a. reumatische aandoeningen en/of psoriasis - vanaf 1 januari 2012 veranderd. De regering laat deze geneesmiddelen voortaan op rekening van het ziekenhuis voorschrijven en hoopt daarmee een besparing op de kosten van deze geneesmiddelen te realiseren. Ziekenhuizen zullen naast de financiering ook voor de verstrekking en begeleiding (inclusief toediening daar waar nodig) van de TNF-alfaremmers moeten gaan zorgen. Deze veranderingen wordt ook wel ‘de overheveling’ genoemd.
Mensen die al TNF-alfaremmers gebruiken, krijgen in principe ook in 2012 gewoon hun medicijn, maar de ‘bijbehorende’ service voor de aflevering en toediening kan er anders uit gaan zien.

Hoe is het voorschrijven, de aflevering en de vergoeding van TNF-alfaremmers tot nu toe geregeld?
Tot 1 januari 2012 gaat het zo: de reumatoloog of dermatoloog in het ziekenhuis schrijft een TNF-alfaremmer voor. Het recept voor de TNF-alfaremmer wordt voor de meeste patiënten doorgestuurd naar een apotheek. TNF-alfaremmers worden nu volledig vergoed door de zorgverzekeraar.

Wat verandert er voor patiënten die TNF-alfaremmers gebruiken als de nieuwe maatregel ingaat?
De aflevering, toediening en informatievoorziening valt vanaf 1 januari 2012 onder de verantwoordelijkheid van het ziekenhuis. Sommige ziekenhuizen zullen gebruik blijven maken van services zoals ZorgSupport. Andere ziekenhuizen zullen hun eigen zorgprogramma opzetten of ervoor kiezen om vanuit het ziekenhuis TNF-alfaremmers mee te geven of het daar toe te dienen.
De TNF-alfaremmers blijven volledig vergoed.

Wie krijgt hier mee te maken?
Alle patiënten die op dit moment een TNF-alfaremmer gebruiken, ook de patiënten die via een zorgprogramma hun medicatie afgeleverd krijgen en of eventueel ook toegediend krijgen.

Kan iedereen zijn/haar TNF-alfaremmer blijven gebruiken?
Wie een TNF-alfaremmer gebruikt, krijgt ook in 2012 zijn medicatie.
De minister van Volksgezondheid heeft aangegeven dat ziekenhuizen TNF-alfaremmers beschikbaar moeten hebben.

Wat kunt u doen?
• Informeer bij uw ziekenhuis hoe u in de periode rond 1 januari 2012 en daarna uw TNF-alfaremmer krijgt.
• Ga naar de website www.monitorgeneesmiddelen.nl. Hier is meer informatie te vinden over de financiering en verstrekking van TNF-alfaremmers vanaf 1 januari 2012.
Deze website wordt beheerd door de Stichting Eerlijke Geneesmiddelenvoorziening. Deze Stichting heeft officieel de taak gekregen om één en ander te monitoren. Er wordt ook een oproep gedaan aan patiënten om een vragenlijst in te vullen om een beter inzicht te krijgen wat er leeft.

11.ENB.29.1


Artritis Psoriatica

Wat is Artritis Psoriatica

 

Artritis psoriatica (PsA) is een auto-immuun ziekte. Het afweersysteem dat normaal het lichaam beschermt tegen onder andere infecties keert zich bij een auto-immuunziekte tegen delen van het eigen lichaam. Bij artritis psoriatica heeft dat tot gevolg dat de gewrichten ontstoken raken en dat er een chronische ontsteking net onder de opperhuid (psoriasis) ontstaat.

 

De gewrichts- en huidklachten ontwikkelen zich vaak niet tegelijkertijd. Sommige mensen hebben eerst alleen huidklachten en krijgen in een later stadium ook gewrichtsklachten. Andere mensen hebben eerst alleen gewrichtsklachten en krijgen in een later stadium huidklachten. Ook kan het zo zijn dat de ene keer de gewrichtsklachten erg opspelen en de andere keer de huidklachten.

 

De oorzaak van artritis psoriatica is nog onbekend, maar soms speelt erfelijke aanleg een rol. De ziekte gaat zelden vanzelf over, maar met medicijnen kunnen de klachten redelijk onder controle worden gehouden.

 

Symptomen


Veel voorkomende klachten van artritis psoriatica zijn algehele vermoeidheid, pijn en zwellingen van de gewrichten. De gewrichten zijn vaak gevoelig, voelen soms warm aan en de beweging kan beperkt zijn. Andere belangrijke symptomen zijn klachten van de huid zoals dikke rode plekken aan het huidoppervlak die kunnen schilferen en jeuken. Ze komen vooral voor op ellebogen, knieën, onderrug en de behaarde hoofdhuid. Daarnaast komt ook vaak nagelpsoriasis voor.

 

Behandeling


Er zijn verschillende soorten medicijnen en therapieën die worden voorgeschreven voor de behandeling van artritis psoriatica. Omdat ze een verschillende werking hebben wordt er vaak een combinatie van verschillende medicijnen en/of therapieën voorgeschreven.

De geneesmiddelen kunnen in de volgende groepen worden verdeeld:

 

  • Pijnstillers zorgen voor minder pijn.

 

  • Ontstekingsremmende pijnstillers (NSAID's) verminderen de pijn en zorgen ook dat de ontsteking afneemt.

 

  • Corticosteroïden (bijnierschorshormonen) onderdrukken de ontsteking, waardoor de pijn vermindert en er minder zwelling optreedt in de gewrichten. Corticosteroïden kunnen ook plaatselijk d.m.v. een injectie worden toegediend.

 

  • Langwerkende antireumatische geneesmiddelen hebben tot doel de chronische ontstekingsreactie af te remmen. Deze groep medicijnen vermindert de activiteit van de ziekte, zodat schade aan de gewrichten beperkt kan worden. Het duurt in het algemeen enkele weken tot maanden voordat deze middelen werken.

 

Voor verbetering van de huid worden de volgende therapieën ingezet:

 

  • Lokale therapie: crèmes, zalven, lotions en shampoos.

 

  • Lichttherapie: PUVA (lichttherapie in combinatie met psoraleen capsules) en UVB.

 

Helaas geven bovengenoemde middelen niet altijd het gewenste resultaat, ofwel op de pijn, ofwel op de huidklachten of op de gewrichtsschade die door de ziekte wordt aangericht. Biologicals zoals de TNF-antagonisten bieden hiervoor een nieuwe mogelijkheid.

 

  • TNF-antagonisten zijn geneesmiddelen die in een laboratorium gemaakt worden. Deze geneesmiddelen bestaan uit nagemaakt menselijk eiwit. Tumor Necrose Factor (TNF) is een ontstekingseiwit dat van nature in kleine hoeveelheden in het lichaam aanwezig is. Bij artritis psoriatica de is er teveel TNF (Tumor Necrose Factor) in het lichaam waardoor er ontstekingen ontstaan. TNF-antagonisten zorgen ervoor dat het teveel aan TNF wordt weggevangen.